Time flies

Het is alweer tijd voor de laatste blog van dit vak. Afgelopen zes weken ben ik veel met sociale media bezig geweest en heb ik er ook veel over nagedacht, nu is het tijd om te reflecteren op mijn social media.

Voordat ik aan dit vak begon was ik het meest actief op Facebook, op grote afstand gevolgd door Twitter. Ik zit nu al een tijd op Facebook en dat ben ik ook niet echt anders gaan gebruiken vanwege dit vak. Ik zit meerdere keren per dag op Facebook en bekijk dan de nieuws updates en reageer op berichten van vrienden of op dingen die ik leuk/interessant/grappig vind. Zelf post ik ook regelmatig dingen, maar niet elke dag. Ik stoor me zelf wel eens aan mensen die continue dingen posten, dus doe ik dat zelf ook niet. Verder probeer ik mijn berichten op Facebook vaak zo te formuleren dat deze reacties opwekken van anderen. Dat lukt de ene keer beter dan de andere keer maar dat blijft leuk om te proberen. Daarnaast sta ik er bewust bij stil dat ik niet te veel negatieve berichten post, ik wil niet als een zuurpruim over komen. Wat dat betreft maak ik gebruik van een dramaturgische benadering (Goffman, 1959 in Hogan, 2010) op Facebook. Deze benadering beschrijft hoe individuen een geïdealiseerde versie van zichzelf laten zien in plaats van een authentieke versie (Hogan, 2010). Het leven is een toneelspel en individuen spelen dus een rol voor een publiek (Goffman, 1959 in Hogan, 2010). Tijdens het spelen van deze rol is een individu in staat om zich op een bepaalde manier te presenteren en kan diegene selectief informatie over zichzelf weg geven. Dit noemt Goffman (1959 in Hogan, 2010) impression management.

Op Facebook doe ik zeker ook aan impression management. Zoals ik al zei, let ik er op dat ik niet te veel negatieve berichten plaats omdat ik niet als een zeurend figuur wil overkomen op mijn publiek. Het is volgens mij ook een norm dat je niet te veel negatieve eigenschappen laat zien op SNS. Facebook kan toch wel gezien worden als een plaats waar iedereen laat zien hoe gelukkig, blij en succesvol hij of zij is en als je dan alleen je negatieve kanten laat zien val je uit de toon. Ik denk daarom dat iedereen op SNS aan impression management doet. Iedereen probeert zoveel mogelijke zijn of haar positieve kanten en/of successen te laten zien. Zo zie je vaker berichten dat iemand een vak heeft gehaald dan dat iemand post dat diegene het vak volgend jaar nog een keer mag doen.

Als ik mijn Facebook berichten zie is dat niet anders. Ik toon voornamelijk mijn positieve kanten (dat ik bijvoorbeeld gewonnen heb met tennis) aan mijn publiek en zal niet gauw privézaken of problemen delen op Facebook.

Mijn publiek bestaat uit al mijn Facebook ‘vrienden’. Ik zie nog steeds niet echt het nut van kringen of groepen en heb eigenlijk ook geen zin om er over na te denken wie in welke groep zou moeten. Daardoor zijn mijn berichten op Facebook ook niet superpersoonlijk. Het blijven redelijk oppervlakkige berichten, echt persoonlijke dingen deel ik met mijn echte vrienden en dat doe ik niet via Facebook.

Verder is, zoals gezegd, mijn gebruik van Facebook niet veranderd in deze zes weken. Mijn gebruik van Twitter is wel enigszins veranderd. Hoewel ik Twitter nog steeds zie als een medium waar je op een snelle manier nieuws vandaan kunt halen twitter ik nu meer dan zes weken geleden. Het is wel zo dat mijn tweets nog minder over persoonlijke dingen gedaan dan mijn berichten op Facebook. In principe kan iedereen mijn tweets lezen en is mijn publiek dus veel groter. Daardoor post ik voornamelijk ‘onzin-tweets’ en tweet ik over koetjes en kalfjes. Het is ook zo dat ik op Twitter meer merken en politici ben gaan volgen. Ik merk dat ik het leuk vind om van sommige merken en politici op de hoogte te blijven en door ze op Twitter te volgen is dit goed mogelijk. Dit vind ik één van de positieve kanten van Twitter. Een negatieve kant is dat ik regelmatig word gevolgd door personen (of bedrijven?) die ik totaal niet ken en waar van ik me afvraag waarom ze mij volgen. Dit is ook een van de redenen waarom ik mijn berichten op Twitter oppervlakkig houd.

Google+ ben ik weinig tot niet gaan gebruiken. Dit komt ten eerste omdat er weinig mensen die ik ken gebruik van maken. Ook vind ik het precies hetzelfde als Facebook (zeker na alle veranderingen die Facebook heeft doorgevoerd) en heb ik geen tijd en zin om op twee gelijksoortige SNS actief te zijn. Verder werd ik op Google+ ook toegevoegd door onbekende personen en voor zover ik weet kan ik die niet verwijderen. Hieraan stoor ik me nog al en heeft er ook voor gezorgd dat ik Google+ nauwelijks gebruik.

Hoewel ik Delicious een handige site vind ben ik het nog niet veel gaan gebruiken. Het idee erachter vind ik echter wel goed dus misschien gaat dit in de toekomst nog veranderen.

Al met al denk ik dat mijn social media gebruik niet veel is veranderd. Ik Facebook nog net zoals altijd en maak weinig gebruik van andere SNS als Google+. Het enige wat is veranderd is dat ik actiever ben op Twitter. Wat ook veranderd is, is dat ik meer nadenk over mij ‘social media’ gebruik en er wat bewuster mee omga. Ik denk dat dit een positieve verandering is!

 

Referentie:

Hogan, B. (2010). The Presentation of Self in the Age of Social Media: Distinguishing Performances and Exhibitions Online. Bulletin of Science, Technology & Society, 30(6), 377-386.

Advertisements


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s